Passage uit “Jong Hart”: 4
Geplaatst door Da Dame op 14 november, 2008
Jij wilde me zomaar loslaten. Jij wilde alles laten gaan? Ik kon het me niet inbeelden dat alles weg zou zijn, echt niet. Ik kon me zelfs geen dag voorstellen zonder jou. Ik wist even niet meer waar ik het had.
Je stond nog steeds pal voor mijn neus, met nog steeds dezelfde vragende ogen. Je wist dat ik wilde weten waarom. Of beter, je dacht dat toch. Maar stel ik zou dat vragen, dan zou er een verhaal volgen waarvan ik waarschijnlijk het bestaan nooit had kunnen vermoeden.
Ik zei geen woord en ik vroeg geen woord. Even genoot ik van de stilte. “Ok”; zei ik zacht; “geweldig dat je gebleven bent.” fluisterde ik hem toe. Ik kuste hem op zijn neus en draaide me om naar de televisie. Ik wilde geen verhalen horen, geen heldendaden, geen bedrog. Ik wilde niet weten wie hij eigelijk was geweest of wat hij mispeuterd had. Ik wilde gewoon dat hij zou blijven, dat was het.
“Nee.”riep ik krachtig toen hij zijn mond opendeed. “Je gaat niets uitleggen, je gaat niets verklaren! Het enige wat ik wil is dat je me graag ziet, dat is genoeg.” Zijn lichte ogen deden bijna pijn aan de mijne.
“Ik wilde, maar ik bleef schatje, meer uitleg is er niet nodig”
Ik wou dat hij verdween, zo woedend werd ik. Dat “schatje” was nooit een goed teken geweest. Rotzak, verdorie!
“Ja hoor, lieverd. Alles is weer goed.” zei ik al kussend. Mijn hart stond op ontploffen en ik voelde mijn bloed sneller stromen. Niet nog een man die mijn leven zou beheersen, niet weer die pijn diep vanbinnen. Ik was te zwak om het hem niet te vergeven.
Ik zou hem hatend graag zien, besloot ik. Dat moest wel lukken.