Ik schrijf voor de gezelligheid
om van me af te schrijven
ik schrijf in alle eerlijkheid
om verloren tijd te drijven
naar momenten die me geven
wat ieder mens echt zoekt
momenten vol met leven
momenten vol geluk
Ik zou er wel op een “gezonde” manier willen geraken, liefst samen met de liefde van men leven. In een eigen huis, niet afhankelijk moeten zijn van anderen, van verzorging, geen instellingen, geen bejaardentehuizen… nee, gewoon genietend van de dagen. Ouder wordt het moeilijker, daarom, mooi overal tussenin.
Zand .Niets meer, niets minder. De zolen van haar schoenen zijn niet meer wat ze 10 uren geleden waren. Vroeger was er, in een van de winkels waar ze gewerkt had, een dame wiens vlees flinterdun moest zijn. De dame liet haar “r” gevaarlijk rollen tot deze letter de hele winkel had opgevuld. Ze kreeg het terug benauwd. Al was het dit keer niet van de ogen van de dame, maar van het besef dat haar zolen niet meer waren dan enkele dunne lapjes vlees.
Waren het maar lapjes vlees. Dan zou er tenminste iets eetbaar in de omgeving zijn. Of flessen water. Liep ze maar in godsnaam op flessen water. Ze zouden snel leeg zijn, dat wist ze wel, maar ze had tenminste water gehad. Nu was er niets in de omgeving waar ze haar hoop op kon vestigen. Niets wat tot herkenning kon leiden. Buiten misschien het onheilspellende “hier ben ik al eens geweest”. Maar dat zou ook niet echt motiverend zijn, hield ze zichzelf voor. Dus dat doen we niet.
Het leek zo lang geleden dat ze avontuurlijk samen gingen trekken in Libië. Zij en haar prins.Maar waar was het witte paard als je het nodig had om door het zand naar hun lodge te stuiven. Waar was haar prins om haar pijn te verzachten, haar water te geven en fruit te voederen als ware het een romantische picknick.
Nergens.
Na 3 uur wachten had ze de hoop opgegeven. De hoop dat hij terug zou komen met hulp. De hoop dat haar paard op haar geroep zou komen aanstuiven. Zorro had mooi praten met zijn fluitje. Ze vloekte binnensmonds, hield stil en keek rond.
Een stofwolk in de verte trok haar aandacht. Het was waar ze vandaan kwam. Zou ze terugkeren? Wie weet was hij wel een prins. Het kon natuurlijk ook dat het een bende stropers was. “Kameleon”; murmelde ze.: “Laat me zandkleurig worden.” Toch bleef ze als verlamd staan. Liever dood of gered dan nog uren hier. En nu leek zelfs de dood een beetje redding. Als een bezetene waaide ze met haar armen. De kracht om te lopen had ze niet meer.
Dan maar stervend gered worden. Of gered door het leven. Ik wacht.
Een stukje speciaal voor u, uit een boek dat ik nog moet schrijven.
Alsof ze nooit begrepen had wat ze voelde, keek ze hem aan. Hoe kon hij toch alles zo veranderen met drie lettergrepen? Stilstaand greep ze naar haar haren. Met één hand, want twee is zo dramatisch.
Waren het wel drie lettergrepen? Ze kon het niet zeggen, alles was ze al kwijt. Alleen de klank van zijn woorden greep haar nog steeds in het hart. Een klauw op zoek naar dat tere stukje dat nog steeds aan hem gewijd was. Het bloed probeerde een weg te zoeken tussen zijn giftige pijlen. Dat ging steeds moeilijker.
“Ik mag niet vallen”; dacht ze. Vallen zou alles kapot helpen. Haar sterkte, haar zwakte. Het was nu nét duidelijk genoeg.
Ze viel in de diepte van haar onderbewustzijn. Haar geweten keek haar spottend in de ogen en er klonken liedjes als “zie je wel, zie je wel”. En ze zag twee blauwe ogen, zo blauw als het water van een illusioneel plaatje van de zee.
Zijn ogen waren echt zo blauw. “Het spijt me”: zei hij zacht. Een tere diepe stem zoals altijd in haar gedachten. “Het spijt me dat ik je nooit gelukkig zal maken, maar ik mag het niet.”
Zij boog het hoofd alsof ze de zondares was, de schuldige. Misschien was ze dat ook. “Dat spijt mij ook.” Nu keek hij weg. Weg, naar verte die er niet was. Weg, haar ogen vermijdend. Zou hij weer harde woorden zeggen om haar weer te mogen vangen? Nee, hij zei ze niet meer.
Hij had ze nooit gemeend. Geen ene keer. De overige woorden wel. Lieve woorden, mooie woorden, droomwoorden. Gestolen woorden op gestolen momenten. Terug die ogen. Een kus op haar lippen.
Teder stond hij recht om alleen nog maar vrienden te zijn. Vrienden met veel meer dan vriendschap.
Hij begon er zo mooi aan, zoveel voorkeurstemmen, een uiterst sympathiek voorkomen met de veroorloving te mogen lachen zonder duisternis in de mond. ‘t Heeft niet mogen baten.. Walen blijven nu eenmaal walen, en zolang het daar stil is, gaat het daar goed.
Hoor mij zo vlaamsgezind zeggen “rotwalen”, wel ik meen het nog ook! Vele jaren was er een algehele doorsluizing van gelden en andere voorzieningen naar franstalig België zonder enig commentaar (politiek gezien dan, want de Vlaming had het al “in het snuitje”). Daar zou dus nu normaal een einde aan gekomen zijn, als ze niet bij hun profiterende rol ook nog eens een grote mond hadden gehad. Maar nee, alles overboord gegooid en in de weg gelegd om toch maar te kunnen blijven waar ze staan.
Jammer genoeg, voor hen dan, kwam gedurende dit politiek neerslachtige jaar stukje bij beetje aan het licht waar het fout liep en wat men zou kunnen doen. Daar zit nu nog steeds het probleem.
Wat te doen?? Veel mogelijkheden zijn er niet, dat kan ik u verklappen. En allemaal hebben ze de waslijst nadelen die ons nog veel problemen kunnen opleveren. Radicale partijen zoals Vlaams Belang (dat immer en altijd een oppositiepartij zal blijven) nemen het er nu van om de vlaming ervan te overtuigen toch nog voor zichzelf te kiezen en niet voor het land.
Wij zijn niet chauvinistisch genoeg. In Frankrijk zou het iets makkelijker gegaan zijn, maar hier? Wij zijn niet groot genoeg, en niet niet klein genoeg om ons er niet druk in te maken.
Wij zijn niet slim genoeg, want verdorie, om deze Belgische politiek te kunnen volgen moet je al héél wat gestudeerd hebben. Of nét niet natuurlijk… mooi & meedogenloos is er niets tegen (U weet wel, Vijftv, de immerdurende soap)
Wat zijn wij eigelijk wel? Ik zal het u zeggen mevrouw, meneer!
Wij zijn de dupe van heel het gebeuren boven ons hoofd, zegt dak et u gezegd heb!
Ik hou niet van mensen die doen alsof. Dit valt op eender welke manier te interpreteren.
Ik hou niet van alsof blije mensen.
Dat kent iedereen, want ik neem aan dat iedereen wel zo’n tante/oom/kennis heeft. “heeeeeeeeeeeey hooee gaat het met jou… zooo lang geleden seg? gooh ben écht blij je te zien :D”
Ik haat het echt!
Je hebt zo ook alsof verdrietig, alsof ziek, alsof grappig (dat is soms even erg als alsof blij, ze lachen constant, vooral met zichzelf). Op meer “nep-gedragingen” kan ik momenteel niet komen.
Waarom zouden ze dat eigelijk doen? Ik ben nog maar zelden vriendelijk geweest tegen iemand toen ik er geen zin in had. Daar zit toch geen logica in? Het is ook geen morele verplichting of vaste waarde, geen vaste gebruiksregel.
Als ik zo’n slechte dag heb komt er vaak nog nét een “hoi” of “mhm” af (die mhm is wel bij écht extreme dagen) maar zo’n fake smile… nee bedankt!
Als je al weinig te doen had, doe je nu nog minder!
Als je enorm ijverig bent en je toetsenbord is (bijna) helemaal kapot, dan kun je dankzij deze codes nog even ijverig doorwerken.
Mij helpt het niet veel. De verveling slaat toe vandaag.
Ik droom te veel weg naar het zalige zwembad gisteren.
Perfect op temperatuur;om af te koelen natuurlijk. Na de afkoeling een heerlijke sauna/stoombadbeurt (wat lekker ontspannend werkte) en weer een beetje afkoeling.
Nagenieten met een dartspelletje en een kriekje waarna deze dame het rond 11 uur voor bekeken hield.
Ik hoor iemand in de verte mijmeren “de simpele dingen des levens”. Welja, daar geniet ik van!
Ik weet het. Ik ben nog piepjong. Echt niéts in deze wereld, maar, een lichtpunt in men leven, ik behoor niet (meer) tot de jeugd van tegenwoordig. Zelfs ik krijg het daarvan op de (steeds breder wordende) heupen. Ik heb een ellenlange lijst van grote en kleine ergernissen, maar zal het kort houden. Ik wil immers geen oude zeur lijken!!!
1. Drankgebruik: waar in godsnaam HALEN ZE HET???? “Hoi ik ben 14 en loop nu om 1u snachts compleet van de kaart over straat en moet niet om een bepaald uur thuis zijn” IK kan het mij niet voorstellen dat ik dat ooit als 14-jarige deed. Ja, misschien een keer, maar dat was na een nacht boven de pot + week huisarrest + weet-ik-veel-wat-nog COMPLEET uit mijn hoofd gesloten.
Ik verbied mezelf het woord “Breezersletjes” boven te halen. Verdorie… ik deed het net!
2. Taalgebruik: “Hey gast auw moeder is een f*cking hoer joenge, vuilen aidsverspreider” is een zin die niet gauw uit men hoofd zal verdwijnen. De jongen van wie deze zin kwam was 12 jaar! Wij hadden toen net het woord “trut” of het al veel te schunnige “eikel” ontdekt.. maar dit? De ene kleuter zegt f*ck you tegen de andere zonder in te zien wat het wil zeggen, daar zijn ze immers kleuters voor… maar dit? 12-13-14 jarigen beseffen maar al te goed wat het wil zeggen!
3. Puberteit: Ik ben voor de eerste keer uitgeweest toen ik 12 was: naar een jongerenwerking feestje waar géén alcohol werd geschonken en wat eindigde om 12 uur. Tegenwoordig moet het steeds vroeger steeds meer zijn. Ik stel me zo regelmatig de vraag: waar is hun jeugd naartoe? waar zijn de spannende dagen bobbejaanland, gaan “shoppen” in de dichtsbijzijnde delhaize, woensdagmiddag vriendinnen-filmdag,… enzoverder enzovoort. Het lijkt wel alsof er geen overgangsfase meer bestaat. Mijn vaste stamkroeg heeft een gouden cafébaas. Ik ken hem van vroeger (via men moeder) en is altijd in voor een babbel op een rustige donderdag (na het werk!) Laatst vroeg ik hem wat hij ervan vond.
“Je kan er niets tegen doen, het zijn je klanten. Ik zou ze ook graag aan de deur zetten, maar hoe erg het ook mag zijn, als ik nog maar een identiteitskaart vraag zoeken ze ruzie met mensen in het café en ben ik steevast een hoop klanten kwijt.”
Ik krijg kriebels van de schaamteloze jeugd. Want in godsnaam, waar staan later mijn kinderen op die leeftijd?